Humoracademie

maakt serieus werk van humor

 

De Humoracademie beschikt over een breed nationaal en internationaal netwerk van mensen die zich beroepsmatig bezighouden met humor, plezier en lachen. Bovendien beheert de Humoracademie een schat aan wetenschappelijke literatuur over deze fenomenen. Hieronder zijn twaalf toonaangevende onderzoeken uitgelicht (voor de volledige literatuurlijst klik hier):

1. Bertini, M., Isola, E., Paolone, G., & Curcio, G. (2011). Clowns benefit children hospitalized for respiratory pathologies. Evidence Based Complementary and Alternative Medicine, epub ahead of publication doi:10.1093/ecam/neq064 

Onderzoek naar de positieve effecten die ziekenhuisclowns kunnen hebben op het welbevinden van kinderen die lijden aan longziekten.

2. Bogers, M. Humor als verpleegkundige interventie. Maarssen (NL): Elsevier. 

Humor kan een belangrijke strategie zijn voor verpleegkundigen om met stressvolle gebeurtenissen in hun beroep om te gaan. Bevat een wetenschappelijk hoofdstuk en vele concrete voorbeelden uit de praktijk van Marcellino Bogers.

3. Dikkers, J., Doosje, S., & De Lange, A. (2012). Humor as a human resource tool in organizations. In J. Houdmont, S. Leka & R. Sinclair (Eds.), Contemporary occupational health psychology: Global perspectives on research and practice (pp. 74-91). Chichester, UK: Wiley-Blackwell. 

Een samenvatting van de wetenschappelijke literatuur over humor als instrument voor Human Resource Management in organisaties. Beschrijft de rol en werking van humor op het niveau van de individuele werknemer en op verschillende organisatieniveaus.

4. Dunbar, R.I.M., et al. (2011). Social laughter is correlated with pain threshold. Proceedings of the Royal Society of Biological Sciences, 279, 1161-1167.

In dit artikel wordt nog eens bevestigd dat sociaal lachen de pijndrempel verhoogt.

5. Falkenberg, I., Buchkremer, G., Bartels, M., & Wild, B. (2010). Implementation of a manual-based training of humor abilities in patients with depression: A pilot study. Psychiatry Research, epub ahead of publication.

Beschrijft de ontwikkeling en toepassing van een humortrainingsprogramma voor mensen met depressie. In deze voorstudie is bij zes mensen met klinische depressie gekeken of humor hen kan helpen. Deze patiënten lieten een kortdurende stemmingsverbetering zien en een beter gebruik van humor als middel om met stress om te gaan. Bovendien vergrootte humor hun motivatie tijdens de trainingsperiode.

6. Franzini, L. R. (2001). Humor in therapy: The case for training therapists in its uses and risks. Journal of General Psychology, 128(2), 170-193. 

In dit overzichtsartikel wordt duidelijk gemaakt welke rol humor in therapie zou kunnen spelen. Er is vanuit therapieland nogal eens weerstand geweest om humor in therapie te gebruiken, omdat de therapeut dan niet serieus genomen zou kunnen worden. In dit artikel wordt gesteld dat gevoel voor humor een belangrijke voorwaarde is voor effectieve therapeuten en burnout bij hen voorkomt.  Bovendien kan humor er voor zorgen dat clienten meer inzicht in hun problemen krijgen, iets wat in de provocatieve therapie of coaching geregeld gebruikt wordt.

7. Martin, R. A. (2007). The psychology of humor: An integrative approach. Amsterdam (NL), etc.: Elsevier. 

Dit heldere en toegankelijke standaardwerk over humor is een must voor iedereen die iets wil weten over dit interessante fenomeen. Er zijn hoofdstukken opgenomen over wat humor is, over de ontwikkeling van humor tijdens de levensloop, humor in relatie tot gezondheid, onderwijs en werk en nog veel meer.

8. Martin, R. A., Puhlik-Doris, P., Larsen, G., Gray, J., & Weir, K. (2003). Individual differences in uses of humor and their relation to psychological well-being: Development of the humor styles questionnaire. Journal of Research in Personality, 37(1), 48-75. 

In dit artikel wordt de ontwikkeling van de humorstijlenvragenlijst beschreven. Deze vragenlijst brengt in kaart welke functies humor voor mensen heeft (humorstijlen) en hoe sterk die humorstijlen zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen positieve en negatieve humorstijlen en individuele en socale humorstijlen.

9. Lyons, V., & Fitzgerald, M. (2004). Humor in autism and asperger syndrome. Journal of Autism and Developmental Disorders, 34(5), 521-531.

In dit overzichtsartikel wordt de relatie gelegd tussen de ontwikkelingsstoornis autisme en humor. Mensen met autisme of het syndroom van Asperger hebben een ander gevoel voor humor dan mensen zonder die ontwikkelingsstoornissen. De verklaring wordt gezocht in een andere manier van informatie verwerken dan wel in de moeite die mensen met deze ontwikkelingsstoornis hebben om zich in te leven in de emoties of intenties van andere mensen.

10. Morreall, J. (1997). Humor works. Amherst (MA, USA): Human Resource Development Press.

In dit boek beargumenteert John Morreall op overtuigende wijze dat humor een belangrijke eigenschap is op de werkvloer. Het brengt creativiteit, spontaniteit en een makkelijker contact met zich mee.

11. Provine, R. R. (2001). Laughter: A scientific investigation. Harmondsworth (Middlesex, UK): Viking.

Dit standaardwerk over lachen beschrijft lachen als evolutionair belangrijk mechanisme. Onderwerpen als lachen als geluid, kietelen, lachen bij apen en abnormale vormen van lachen passeren de revue.

12. Weisenberg, M., Tepper, I., & Schwartzwald, J. (1995). Humor as a cognitive technique for increasing pain tolerance. Pain, 63(2), 207-212. 

In deze interessante studie naar de effecten van humor op de pijndrempel wordt duidelijk dat het kijken naar een humoristische film ervoor zorgt dat mensen langer pijn kunnen verdragen (door de tijd dat ze hun hand in een bak met ijswater kunnen houden) dan wanneer ze naar een dramatische film kijken.